Paarden zijn magische dieren. Ze beschikken over méér en ook andere vermogens dan mensen. Wij kunnen die niet altijd zien of waarnemen. Paarden zijn sterk verbonden met hun leefomgeving, zodat ze direct vanuit hun instinct op signalen kunnen reageren. Daarnaast hebben ze ook een hele sterke intuïtieve verbinding met de kosmos. Die verbinding is een energetisch kanaal dat werkt als een rivier. Aan de ene kant is een paard hierdoor met de kosmos verbonden en aan de andere kant met de aarde. Nieuwe informatie komt vanuit de kosmos binnen stromen. En door hetzelfde kanaal wordt onbegrepen informatie uit zijn leefomgeving en emotionele ballast naar de aarde afgevoerd. Soms, als een paard niet wordt begrepen, of als hij geen aandacht krijgt of er niet gereageerd wordt op zijn signalen, raakt dit kanaal verstopt. Daardoor wordt het eigen trillingsveld van het paard verstoord. Als gevolg daarvan kunnen lichamelijke en mentale klachten ontstaan. Die komen vaak tevoorschijn als ziekten of problematisch gedrag.

Als energetisch paardentherapeut behandel ik paarden met problemen. Vroeger op stal, maar tegenwoordig met een ‘behandeling op afstand', waarbij ik werk met foto’s van een paard. Het resultaat is hetzelfde, maar vaak zelfs beter, omdat ik me zo geconcentreerd en langer op een paard kan richten. Bij een behandeling op afstand maak ik contact met het energetisch veld van het paard, en dan krijg ik beelden, kleuren en energieën binnen. Ik blijf daar zelf helemaal buiten en laat het komen zoals het komt. Ik wacht rustig tot de signalen uit dit kanaal in mij hun eigen woorden vinden, zodat ik daarmee het verhaal van het paard zelf kan vertalen.

Heel vaak gebeurt het dat er dan onzekerheden, twijfels en vraagtekens van het paard tevoorschijn komen. Dat komt omdat de doorstroming geblokkeerd is. Het energetisch kanaal is op slot geraakt. Soms doordat er in het verleden sprake is geweest van een ongelukkige samenwerking met zijn ruiter en ook wel eens erger. Maar vaak ook omdat een paard niet kón begrijpen wat er allemaal van hem gevraagd werd. Want het ging hem te snel. Of er zat te veel verstorende emotionele ruis van de ruiter zelf doorheen. Daardoor kan een paard het niet goed meer op een rijtje krijgen. Paarden willen heel graag hun inzet tonen. Maar als de druk van onze kant te hoog wordt, kunnen ze het uiteindelijk mentaal en fysiek niet meer bijbenen.

Vaak komt bij behandeling van ‘probleem-paarden’ als grondoorzaak tevoorschijn dat ze in het verleden op een te jonge leeftijd al boven hun vermogen hebben moeten presteren. Niet omdat ze daar zelf om vroegen. Maar puur omdat er in onze maatschappij min of meer vanzelfsprekend een systeem is ontstaan, waarbij we veel te vroeg te veel van paarden verwachten. De druk op jonge paarden is enorm toegenomen. Er is vaak veel geïnvesteerd in paarden en, met name in de sport, moeten ze zich al vroeg bewijzen. Ze moeten op jonge leeftijd prestaties leveren waar ze fysiek nog helemaal niet aan toe zijn, omdat ze nog niet volgroeid zijn.

Bij een jong paard zitten aan de uiteinden van de botten groeischijven die uit kraakbeencellen bestaan. Hierin wordt nieuw bot gevormd, zodat de botten langer kunnen worden. Deze groeischijven sluiten in het paardenlichaam van onderen naar boven. Dat wil zeggen dat de groeischijven onder in de benen al in het eerste levensjaar sluiten. De laatste groeischijven in de wervelkolom sluiten pas op een leeftijd tussen de zes en acht jaar. Dat hangt van de grootte van het paard af. Als het paard groter is duurt het langer voordat alle groeischijven zich sluiten.

Het is van belang om een paard vóór de leeftijd waarop hij volgroeid is, dat wil zeggen als alle groeischijven gesloten zijn, nog niet te zwaar te belasten. Het paardenlichaam is dan nog volop in ontwikkeling. Gedoseerde, regelmatige beweging is goed. Skelet, spierweefsel, banden en pezen worden daardoor juist sterker dan wanneer het paard te weinig zou bewegen. Maar bij overbelasting worden de rugspieren en benen te strak aangespannen en kan het paard dat zo geforceerd is, zich niet meer ontspannen, waardoor het proces van het sluiten van de groeischijven ook verstoord wordt.

Bovendien worden jonge paarden tegenwoordig vaak ook mentaal en emotioneel overvraagd. Ze kunnen de overbelasting fysiek al vaak niet aan, maar ze hebben ook mentaal het vermogen nog niet om hun ervaringen goed te kunnen verwerken en de ballast daarvan af te laten stromen naar de aarde. En dat beïnvloedt hun gezondheid en welzijn. Ze zijn daardoor niet alleen snel moe, maar ze verliezen ook hun levenslust.

Het vergt fingerspitzengefühl om de juiste balans te vinden in de samenwerking met je paard. Dat begint met aandacht voor je paard. Eerst kijken en luisteren. En daarna aftasten welke stap jullie deze keer samen willen en kunnen maken. Dan geef je het paard de kans te groeien. Zo wordt het paard sterker, en jullie band wordt sterker. Samen – daar draait het om.