Paarden zijn heel goed in het lezen van ons eigen energetisch veld en het veld rondom ons. Ze kunnen zelfs anticiperen op dingen die nog staan te gebeuren. Uit onderzoek met nauwkeurige meetapparatuur is gebleken dat in een goede combinatie het paard al kan registreren wat zijn ruiter van hem verwacht, nog voordat zoiets met been- of teugelhulpen wordt aangegeven. Tussen paard en ruiter speelt communicatie dan ook een belangrijke rol. En daarover bestaan heel wat misverstanden.
Om de ruiters concrete handvaten te geven zijn in de loop van de jaren door verschillende paardentrainers veel trainingsmethodes voor paarden ontwikkeld. Nog nooit zijn er zoveel methodes en richtlijnen gepropageerd als tegenwoordig het geval is. Naar mijn mening zijn we daarin ook doorgeslagen. En ze zijn inhoudelijk bijna allemaal gebaseerd op onze eigen humane rationale grondslag. Maar we zouden er goed aan doen de taal van het paard zelf in al zijn eenvoud als uitgangspunt te nemen. En daarbij is het niet nodig die naar onze menselijke terminologie om te buigen. En het is evenmin nodig om rationele verklaringen aan te dragen voor gedrag van paarden dat gewoon is zoals het is. Daar zijn geen woorden voor nodig. Het gaat erom dat zelf gevoelsmatig te ervaren, in plaats van het te verklaren.
Want welke methode ook gebruikt wordt, als deze niet gevoelsmatig geïntegreerd wordt door de ruiter, kan hij nooit verbinding maken met zijn paard. Je kunt van te voren bijvoorbeeld wel denken dat je nu een galopwissel gaat oefenen, maar dan weet je paard dat nog niet. En het paard kan nooit in balans een correcte, vloeiende galopwissel uitvoeren, als de ruiter hem niet al binnen in zichzelf voorzien en doorleefd heeft en die interne ervaring gedeeld heeft met zijn paard. Als de balans tussen ruiter en paard niet goed zit, zal het paard bij iedere pas de ruiter erop wijzen dat het schort aan de eigen balans van de ruiter. En de interne balans bij jou als ruiter is een voorwaarde om een daadwerkelijk communicatieve uitwisseling met je paard tot stand te kunnen brengen. En als een ruiter spanning bij zich draagt, of met zijn gedachten nog elders is, kan een paard zich nooit ontspannen aan zo’n ruiter overgeven.
Paarden hebben geen rationeel brein zoals mensen. Paarden zijn als kuddedieren echter wel uitgerust met een supergevoelige antenne om op een primair niveau onrust en bedreigingen in hun omgeving te signaleren. Zo kunnen ze de lichaamstaal van de ruiter veel beter lezen dan wij zelf en ze registreren ook direct de emotionele lading van gedachten die de ruiter bezig houden. Wanneer er tussen paard en ruiter geen echte verbinding tot stand komt, dan is dat vrijwel altijd omdat de ruiter nog te veel in zijn hoofd zit. En als dat contact niet gelegd wordt, kan een paard nooit precies begrijpen wat de ruiter nu van hem wil. Paarden blijven altijd wel hun best doen. Maar ze proberen ook vanuit hun vermogen de ruiter duidelijk te maken waar het aan ontbreekt om echte verbinding én samenwerking tot stand te brengen.
Rijden houdt dus meer in dan op een paard gaan zitten en denken dat je je vooral moet oefenen om met je been-, zit- en teugelhulpen je paard te leren de overgangen te maken. Deze kennis en vaardigheden zijn nodig, maar daarmee ben je er niet. Je komt daarmee nooit verder dan half werk, waarbij je paard de vooraf aangeleerde kunstjes voor je doet. De basis voor een echte samenwerking tussen paard en ruiter zit in de bewustwording van de ruiter. Je moet je verstand echt op nul zetten, je agenda dichtklappen, je telefoon het zwijgen opleggen, en dan je volle aandacht aan je paard geven. En je bent je er tevens van bewust dat paarden vele malen verder ontwikkeld zijn dan mensen in hun gevoelsbeleving van wat wel en niet klopt. Als je je zo richt kan er contact gelegd worden en kan de communicatie met je paard op gang komen. Maar dat vraagt telkens je volle aandacht en toewijding.
Mensen zijn net als paarden allemaal verschillend. De kunst van het rijden is om te gaan kijken wat nu de aanleg van het paard is en wat het ‘gereedschap’ van de ruiter is. Veelal komt dit pas duidelijk naar voren als je de ruiter bewustmaakt van zijn inbreng voor hij aan een overgang, zoals een galopwissel, begint. Hoe bevindt de ruiter zich boven in het zadel en waar zit zijn eigen zwaartepunt? Waar houdt hij nog spanning vast? Om een goede galopwissel te rijden moet de ruiter zich bewust zijn hoe hij met zijn eigen houding en zit het paard in elke stap begeleidt en ondersteunt. Op deze manier wordt er een opbouw doorlopen en hoeven er geen problemen te ontstaan.
Veel ruiters hebben echter enkel hun eigen doel voor ogen en ze vergeten de weg ernaartoe. Maar als de basis in de beweging niet onderbouwd is, als er geen bezieling bij komt kijken en als er gevoelsmatig geen heen en weer is tussen ruiter en paard, kan een paard nooit zijn eigen potentieel inzetten. Als je hem zo’n galopwissel met veel oefeningen inprent, gaat je paard natuurlijk op een gegeven moment op de automatische piloot wel het gewenste gedrag vertonen, maar een kenner ziet direct dat paard en ruiter geen soepele harmonische eenheid vormen omdat de verbinding ontbreekt. In feite is er dan geen samenwerking tussen ruiter en paard. Je krijgt dan hooguit een dwangmatig vertoon van geconditioneerd gedrag. Het ene paard verzet zich op kritische momenten en leent zich niet langer voor dergelijke kunstjes. Het andere voert onverschillig het aangeleerde trucje uit, maar keert zich ‘schouderophalend’ naar binnen en zet zichzelf op slot.
Samen rijden begint met rust in jezelf en aandacht voor je paard. Dat zijn twee aspecten die tijd nodig hebben. Maar door stap voor stap te werken, niet te veel te verwachten en geduld te hebben kom je steeds dichter bij de kern van jezelf en die van je paard. En zo breng je een samenwerking op gang die extra energie en voldoening oplevert voor beide partijen. ✤

