Tijdens het rijden onder het zadel is het van belang om een paard genoeg ruimte te geven dat het zélf zijn eigen beenzetting, zonder tegenwerking, kan neerzetten. En om ook vanuit je eigen centrum de beweging vanuit de achterhand via de rug naar voren toe te ondersteunen en te stimuleren.
Essentieel hierbij is dat een paard niet in zijn tempo gaat versnellen, maar zichzelf beter op vier benen gaat leren dragen. Daardoor gaat ook de pompwerking van de hoeven, die zeer goed doorbloed zijn, van achteren beter functioneren. Alle afvalstoffen kunnen zo ook gemakkelijker worden afgevoerd naar de aarde. En hierdoor blijft het paard van nature beter op 4 benen geaard.
De kunst van het trainen in samenwerking met je paard zit in het moment. Het is de weg en niet het doel op zich, het in de stroom blijven diep verbonden met jezelf en met je paard. Dat maakt of iets valt of staat. Dat is hetgeen wat ongrijpbaar is maar het geheel draagt.
Elk paard voelt en communiceert via energie en zijn lichaamstaal. Hierin gedragen zij zich gelijkwaardig vanuit een oeroude intuïtie, maar ook ieder paard op zich is uniek en dat vraagt om een persoonlijke aanpak van de mens. Ieder paard is ook een andere vorm van zijn met een bepaalde boodschap en kracht waarmee hij in het leven mag en kan staan.

