Tijdens een clinic kwam na een tijdje een man een beetje schoorvoetend naar mij toe. Hij vroeg of ik hem ook kon helpen met zijn 9-jarige merrie, waarmee hij meedeed aan wedstrijden. Het was een vurige merrie. Maar als hij haar rechtsom reed, ging ze er regelmatig vandoor. Dan zette de merrie zichzelf rechts compleet vast. Dit was ze sinds de laatste wedstrijd gaan doen. Hij vertelde me dat hij voorheen voor een handelsstal voornamelijk KWPN’ers had gereden. En nu reed hij voor het eerst een Friese merrie. Hij had haar gekocht, omdat hij het leuk vond om een nieuwe weg in te slaan.

Nu besefte hij heel goed dat op een Friese merrie rijden een totaal andere houding vroeg dan rijden op een KWPN’er. Hij had ook al geconstateerd dat hij met deze eigen merrie veel meer in vertrouwen kon gaan. Maar omdat hij nogal competitief was ingesteld, was hij zichzelf al vrij snel tegengekomen. Winnen had voor hem lange tijd voorop gestaan. Hij schaamde zich een beetje toen hij voorzichtig aan mij vroeg: ‘Ik ben gewend om een paard in een korte tijd voor te bereiden op een wedstrijd. Maar ik voel al langer dat dit me steeds meer gaat tegenstaan. Zou jij me willen helpen en begeleiden, zodat ik de taal van mijn paard beter ga leren verstaan?’ Hij vertelde er meteen bij dat hij heel sceptisch was, maar dat er toch iets in hem was dat hem zei dat hij moest veranderen. De merrie had namelijk al eerder ‘signalen’ afgegeven die hem aan het denken hadden gezet.

Toen hij in het zadel ging zitten, zag ik meteen dat zijn merrie direct ‘aan’ stond. Hij probeerde de merrie tot rust te brengen. Het paard werd echter steeds nerveuzer. Ik vroeg na een tijdje of hij even stil wilde gaan staan in het midden van de piste. Ik zei hem dat hij totaal geen verwachtingen moest hebben. En dat hij niet hoefde te laten zien hoe goed hij kon rijden. Het ging in eerste instantie om iets heel anders. Ik vroeg hem of hij aan iets fijns wilde denken, aan iets waar hij blij van werd. Verder moest hij alles loslaten en zich in volledig vertrouwen overgeven aan zijn merrie.

Toen hij daarna weer voorwaarts ging rijden met zijn paard, kreeg hij van mij de opdracht om zich bewust te worden van zijn eigen houding en van zijn zit. Hij keek mij even onderzoekend aan en zei me dat hij eigenlijk alles op de ‘automatische piloot’ deed. Ik vroeg hem toen of hij, zonder nadrukkelijk met de teugels te sturen, voltes linksom en rechtsom door de piste wilde rijden. Het idee hierachter was dat hij zonder al te veel teugeldruk, voornamelijk door zijn ‘zit’ het paard linksom en rechtsom kon laten lopen. Toen kwam hij erachter dat hij eigenlijk altijd vanuit dezelfde houding reed.

Ik legde hem uit dat een paard eerst zijn ruiter ‘vraagt’ om tot volledige ontspanning te komen. Pas dan kan deze zich bewust verbinden met zichzelf en met zijn paard. Het paard probeert tegelijkertijd ook een connectie met het intuïtieve vermogen van de ruiter te maken. Maar dat lukt pas als deze het rationele ‘plaatje in zijn hoofd’, waarmee hij is opgestapt, kan loslaten. Het was voor deze ruiter een hele stap om vanuit deze nieuwe basishouding te gaan werken. Ik drukte hem op het hart dat het met name van belang was om eerst te leren aanvoelen hoe hij met zijn eigen houding de beweging van zijn paard kon beïnvloeden.

Ik zag aan de man dat hij zo zijn bedenkingen had. Zijn twijfel was te zien in zijn houding. Maar even later veranderde er daadwerkelijk iets in de relatie tussen hem en zijn paard. Ik zag het gebeuren. En hij merkte het ook. Hij was zichtbaar geraakt door wat er gebeurde. Tegelijkertijd slaakte de merrie een hele diepe zucht.

Samen stapten ze daarna rustig de piste rond. Vanaf dit moment was het ijs gebroken. We hadden een nieuwe weg ontdekt. De volgende keer zouden we hier samen op verder gaan, om de juiste balans tussen ruiter en paard te vinden.