Van jongs af aan reed ik veel pony’s en paarden op een manage/traingstal bij mijn ouders in de buurt. Het was twintig minuten fietsen. Ik was daar vaak te vinden en ik kon er helemaal mezelf zijn. Als de eigenaar weer een moeilijke pony gekocht had, vroeg hij aan mij of ik deze in de les wilde rijden. Ik was dan apetrots en straalde helemaal. Ik reed alle pony’s daar met veel aandacht en geduld. Ik ontdekte dat ze allemaal anders waren en waarin ze van elkaar verschilden. En van iedere pony leerde ik weer iets anders over mijn eigen houding en de hulpen die ik moest gebruiken. Het was een super adres met een eigenaar die precies wist hoe en op welk moment hij iemand het best iets uit kon leggen. Hij deed dat vanuit een natuurlijk aanvoelen. En hij ging daarbij nooit over de eigen grenzen van een paard of een ruiter.

Op een dag vertelde de eigenaar dat hij een vurige pony had gekocht. “Dat is net iets voor Floor”, zei  hij me lachend. Ik zag de pony en het klikte meteen. Binnen korte tijd stond Nanno dan ook op de stal bij mijn ouders thuis. Als het maar even kon was ik buiten of in de stal te vinden. Ik ging mijn pony dan uitgebreid poetsen en kon er uren bij blijven zitten. Ik deelde veel met Nanno … vaak zonder woorden. Tijdens het rijden stelde hij mij dikwijls op de proef. Daardoor ging ik mij steeds meer afvragen waarom het ene wél en het andere níet werkte. Daarnaast begon ik ook paarden te rijden bij een ponyhandelaar die bij ons om de hoek was komen zitten. Daar kwam mijn volgende dressuur- en springpony, Ines, dan ook vandaan. Mijn beide pony’s hadden, voor ze bij mij belandden, natuurlijk al het een en ander meegemaakt. Maar dat was voor mij de beste leerschool.

Een aantal jaren later kwam de eerste Friese merrie op mijn pad. Het was een merrie uit een Ritske bloedlijn. En we waren precies even oud. Mijn ouders hadden deze Fries al vaker zien staan. Ze stond tussen Vorstenbosch en Uden bij een oudere man die haar altijd aangespannen reed. “Ze is niet te koop, maar jullie zijn welkom”, zei deze man, toen we hem belden of we naar zijn Fries mochten komen kijken. Toentertijd waren er bijna geen Friese paarden in Brabant. En als je er een zag, liep hij vrijwel altijd in een aanspanning.

Een aantal dagen later gingen we bij de eigenaar langs. Het was een zonnige dag. Toen we aankwamen stond de merrie op stal. We maakten een praatje met de eigenaar. Op een gegeven moment zei hij tegen mij: ”Ga maar bij Cindy kijken”. Na een tijdje kwam hij zelf ook naar de stal en haalde hij Cindy eruit en vroeg hij me of ik erop wilde gaan zitten. Nou, dat hoefde hij geen twee keer te vragen. Het was een machtig gevoel. Ze was compact gebouwd en niet al te groot. Ze had meer weg van een hengst dan van een merrie. En ze had een enorm temperament. Het klikte meteen tussen ons. De eigenaar zag het en zei ineens vanuit het niets: “Dit paard is nog nooit te koop geweest, maar jij zou haar van mij mogen kopen.” Ik was de koning te rijk. Maar besefte tegelijk dat het voor hem moeilijk was om afstand van haar te doen. Maar hij wist ook, zo zei hij me later, dat hij eigenlijk te oud geworden was om haar nog regelmatig in te spannen. 

Toen de merrie eenmaal bij ons thuis stond, en we hem in het stamboek op onze naam gezet hadden, begonnen er fokkers uit Friesland op te bellen met de vraag wat ze moest kosten. Ze wilden haar kopen, want deze merrie had eigenlijk nooit naar Brabant gemogen. Deze had in Friesland moeten blijven, vanwege haar zeldzame Ritske-bloedlijn. Maar er was bij ons geen sprake van verkopen. Ik was blij en gelukkig met mijn Cindy. Ze was lief. Maar tijdens het rijden was ze ook fel en ze had zoveel energie dat ze soms bijna niet te houden was. We voelden elkaar goed aan. Als ik op haar rug zat, was het alsof ik één werd met haar. Naast de gewone klassieke dressuur, reed ik Cindy ook onder een dameszadel. Maar het liefst reed ik haar zonder zadel. Dat voelde heel natuurlijk. Mijn eigen beweging en de beweging van het paard sloten dan op elkaar aan. En we voelden precies wat we aan elkaar hadden.

Bijzonder was ook dat ik haar buiten ergens neer kon zetten, zonder haar vast te zetten. Dan bleef ze daar gewoon op me wachten. Omdat het zo’n fijn paard was en ze een drive had die zeldzaam was bij Friese paarden, besloten we te kijken of ze een veulentje kon krijgen. Ze had nog nooit een veulen gehad, maar het was biologisch nog mogelijk. In die tijd was de kans op bevruchting het grootst, als ze twee weken bij een hengstenboer zou staan. Dus daar kozen we voor. Ik vond dat reuze spannend. Maar tegelijkertijd had ik er moeite mee mijn paard zolang te moeten missen, omdat wij een hechte zielsverbinding hadden. Bovendien stond zij dan bij andere mensen. En die zouden vast niet voor haar zorgen, zoals ik dat deed.

Na twee weken belde de hengstenboer op dat we haar op konden halen. Ik was zo blij. Ik liep de stal in, maar liep aan haar voorbij en kon haar niet vinden. Totdat iemand riep: “Dáár staat ze.” Ik was geschokt tot in het diepst van mijn ziel. Dat kon mijn Cindy toch niet zijn. Ze was totaal veranderd. Haar fiere houding, haar levendige oogopslag, haar unieke uitstraling was compleet verdwenen. Dat wat dit paard zo bijzonder maakte en waarom ik zoveel van haar hield, was heel klein geworden en zat ergens diep in haar weggestopt. Het enige wat de hengstenboer zei was dat ze goed ‘hengstig’ geweest was en dat ze gedekt was. Maar eigenlijk wisten we genoeg aan wat we zagen. En wat daar precies gebeurd was, konden we natuurlijk niet achterhalen. En wat dan nog. Ik was vooral opgelucht dat we haar weer mee naar huis konden nemen. En we beseften allemaal, dat we dit beter niet hadden kunnen doen. Maar dat was achteraf.

Thuis aangekomen hebben we haar op stal gezet. En of ze nu drachtig was of niet, kon me eigenlijk op dat moment niet zo veel schelen. Ik was vooral ontdaan over hoe mijn paard veranderd was door wat ze daar meegemaakt had. Ik heb daardoor geleerd dat je niet zomaar kan en mag verwachten dat anderen op dezelfde wijze met een paard omgaan, zoals jij dat doet. En ook dat een paard dat een relatie is aangegaan met mensen en zich opengesteld heeft voor samenwerking, extra kwetsbaar is als die open houding en haar eigenheid genegeerd worden. Gelukkig herstelde Cindy snel. En uiteindelijk bleek ze ook niet drachtig. En dat hebben we toen maar zo gelaten.

Hoewel Cindy aan deze gebeurtenis wel iets had overgehouden, heb ik nog een fijne tijd met haar gehad. We hebben lang samen gewerkt, geleerd en geleefd. Op een keer voelde ik echter dat er een kantelpunt kwam. Ik merkte dat ze, ondanks dat ze volop inzet en temperament toonde, zienderogen achteruit ging. Haar vitaliteit werd minder. Ze verloor haar glans. Ik liet onze dierenarts komen en die zei “ze heeft koliek Floor, één spuitje en dan gaat dat zo weer over”. Maar diep van binnen wist ik dat er meer aan de hand was. En dat ene spuitje mocht niet meer baten.

Na enkele uren begon ze luid te hinniken. Een geluid dat ik nog nooit eerder van haar gehoord had. Ik werd bevestigd in mijn vermoeden dat ze afscheid aan het nemen was. Het was de eerste keer voor mij dat ik van zo dichtbij voelde hoe een paard liet weten dat het je ging verlaten. Mijn moeder voelde het ook: “Ze roept jou Floor; ga naar haar toe, dan kan ze rustig heengaan.” Ik vond dat moeilijk, omdat ik hoorde hoe zwaar ze het had en hoe hard ze aan het vechten was. Maar toen ik bij haar in de stal kwam, werd ze rustig. En vrij snel daarna is ze vredig heengegaan. Ik was intens verdrietig. Want ik had met Cindy een paard verloren dat mij haar onvoorwaardelijke liefde gegeven had. Van de andere kant besefte ik dat het voorbij was. En ik was blij dat ik haar dankbaar kon zijn om wat we samen gehad hadden. Het voelde ook goed dat ik haar had kunnen helpen, door haar nu te laten gaan, want ik wist dat onze zielsverbinding altijd zou blijven bestaan.

Dank je Cindy, voor je wijze lessen
en voor het vertrouwen dat je in mij gesteld hebt.

Atikel uit het boek: 'Samen werken met je paard' te bestellen via deze website.